Sturen is een vak apart. Je moet niet alleen goed kunnen sturen, maar ook de commando’s kennen, verkeerssituaties en weersomstandigheden kunnen inschatten, de vaarregels kennen en overwicht over de ploeg hebben. Kijk voor de veiligheidsaspecten bij Veilig roeien op de Schie. Hier vind je wat tips & trucs voor het sturen – ook in wedstrijden.
Basistechniek
• Wanneer je stuurt, komt het roer onder een hoek op de lengteas van de boot te staan. Daarmee verandert de vaarrichting, maar dit heeft ook een remmend effect én je verstoort de balans. Hoe meer je stuurt, des te sterker dat effect.
• Het roertje werkt alleen als de boot snelheid heeft. Bij weinig vaart zal de boot dus ook minder reageren dan bij een hogere snelheid. Hoe langzamer je vaart, des te meer je de roeiers bij het sturen moet inschakelen.
• Gebruik het roertje tijdens de haal. Het heeft dan weliswaar iets minder invloed, maar als je in de recover stuurt, valt de boot.
• Moet je flink bijsturen, beweeg het roertje dan met een niet te grote en constante kracht. Een roeruitslag van meer dan 30° geeft nauwelijks meer sturend effect en remt de boot alleen maar af. De boot stuurt het best bij een kleine roeruitslag.
• Wanneer je de boot zo sterk moet bijsturen dat het met je roertje niet lukt, laat de roeiers dan aan een van de boorden harder trekken met de commando’s ‘bakboord best’ of ‘stuurboord sterk’. Bij nog grotere koerswijzigingen laat je de boot lopen, met daarna ‘houden’ aan één boord en eventueel ‘rondmaken’ over dat boord.
• Probeer te anticiperen en vooruit te kijken. Op het water dus in rechte lijnen mikken op de brug en niet met de kant meesturen. Je hoeft dan minder te sturen.
• Richt je op grotere watervlakten op een vast punt op het land. Dan kun je de koers van de boot constant in het oog houden en maak je geen onnodige omwegen.
• Probeer stil te zitten om de balans niet te verstoren.
• Heeft de boot stuurtouwtjes om het roer te bedienen, haal ze dan onder je benen door in verband met de veiligheid bij eventueel omslaan.
• Houd bij strijken de touwtjes strak, omdat het roer anders dwars op de vaarrichting komt te staan en remt.
• Als je de touwtjes loslaat, komt het roertje in de neutrale stand en zou de boot rechtuit moeten gaat. Als dat niet zo is, trekken de boorden niet gelijk of is het roertje of skegje krom. Check altijd je gereedschap!
Eén met de ploeg
• Zorg dat je veel stuurt, alleen dan word je één met je ploeg en je boot.
• Vraag de coach wat hij/zij van plan is en welke oefeningen hij wil doen. Die oefeningen moet je wel kennen, anders kun je ze ook niet aangeven.
• Vraag de roeiers welke accenten ze willen horen en welke niet.
• Weet wanneer je je mond moet houden en wanneer je iets moet zeggen. Roeiers moeten ook de kans krijgen elkaars ritme te vinden en te horen.
• Als je zelf roeit in een vergelijkbaar boottype, ervaar je aan den lijve wat een ploeg van een stuur verlangt.
• Je kunt rust in de boot brengen door ‘rustig te sturen’, dus voorzichtig met het roertje heen en weer gaan en de juiste commando’s geven.
• Probeer het ritme van de boot te voelen en verbaal te ondersteunen door op het goede moment een commando ‘los’, ‘stuw’ of ‘pak’ te geven.
Ongestuurd roeien
In een skiff moet je zelf sturen en op de veiligheid letten. Kijk dus regelmatig om en zorg dat je zelf goed gezien wordt – liefst met een fluorescerend shirt aan.
De beste manier om bij te sturen is door een langere haal te maken met een van de riemen. Dit doe je bij de inpik één schouder meer naar voren te duwen. De boot reageert hier snel en direct op. In een tweetje zonder roer geldt dit uiteraard ook; op commando maken beide roeiers een verre inpik.
Bij ongestuurde tweetjes en vieren geeft de boegroeier de commando’s en is verantwoordelijk voor koers en veiligheid. De commando’s zijn hetzelfde als bij de gestuurde boten.
Voel je je niet veilig in een ongestuurde boot, vraag dan iemand langs de kant mee te fietsen.
Hoezo leuk?
Als je een roeier vraagt wat hij/zij het liefst doet, sturen of roeien, is het natuurlijk roeien, want daarvoor ga je bij een roeiclub. Maar… sturen heeft zo zijn charmes. We vroegen het een paar ervaren sturen.
Dianne (Huijskes): ‘Het leuke is dat ik de baas ben en voor de verandering eens niet moe word. Ik vind het een uitdaging duidelijke commando’s te geven op de goede momenten, waarmee de roeiers tevreden zijn. Leren voelen of de boot lekker loopt en daarbij ook een beetje coachen.’
Marian (Eken) en Martijn (Afman): ‘Coachend sturen geeft veel voldoening, vooral als je achterin zit. Je ziet enorm veel aan de bladen, of de roeiers gelijk in- en uitpikken, op tijd klippen, diep door het water gaan. Daarop kun jij goed corrigeren. Als het zo lukt de boot in balans te krijgen, is dat geweldig.'
Tijdens de wedstrijd
Marian: ‘Bij een wedstrijd kun je als stuur echt het verschil maken. Scherp sturen kan je ploeg honderden meters schelen – en dat telt op een afstand van 6 kilometer.’ ‘Zoiets vergt wel lef. Dat geldt trouwens ook voor het inhalen: ga je die ene boot nog inhalen vóór het bruggat - tot waar mag je er nog langs, kun je de binnenbocht pakken en gaat de tegenstander wel opzij?’
Dianne maakte het vorig jaar nog mee: ‘Inderdaad, de grote bocht op de Amstel zó strak nemen dat de heren “als vanzelf” de volgende boot alweer inhaalden. Ze moesten een paar halen licht roeien, zodat we de volgende bocht richting Ouderkerk de binnenbocht konden nemen. Je ziet dan van achteruit de Toekomstblik je eigen boeg niet, dus of er daadwerkelijk licht tussen de voorliggende boot en de boeg zat, was geen zekerheid maar een soort fingerspitzengefühl.’
Marian noemt ook nog: de roeiers motiveren tijdens de race. ‘Als ze moe worden gaat ieder voor zich roeien, je moet de ploeg dan weer op één lijn krijgen, bijvoorbeeld met een opzetje zorgen dat ze weer als één team gaan roeien.’
Een goede wedstrijdvoorbereiding is het halve werk. Zorg dat je het parcours kent en ga naar de stuurbijeenkomst voor een wedstrijd – zo leer je van anderen. Kijk op Google Maps, bestudeer de baankaart en de regels van de specifieke wedstrijd en de KNRB-reglementen. Controleer ook of de versterker meegenomen wordt en ga na hoe het zit met vaarvoorschriften, rugnummers, weging.
Op de KNRB-site staat een handig document voor sturen op de Head en de Heineken.
Dominante typjes?
‘In de boot ben ík de baas’, daar is Marian heel duidelijk in, ‘anders wordt het een rommeltje. Voorbeeld: als alle roeiers in de acht na het aanleggen bij DDS tegelijk hun overslagen aan de waterkant opendraaien, heb je dikke kans dat de boot omgaat - ik heb het zien gebeuren hoor’, grijnst ze. ‘Daarbij komt: de roeiers moeten voor 100% op mijn aanwijzingen kunnen vertrouwen. Geef dus korte, heldere commando’s; onduidelijkheid kan gevaarlijk zijn.’ Dianne noemt ‘zelfverzekerd zijn en zelfverzekerd overkomen, zodat de ploeg vertrouwen in je heeft.’
Martijn: ‘Afhankelijk van de ploeg moet je wat van een autoritaire bullebak hebben of gewoon vriendelijk zijn. Enig flegmatisme is prettig. Na de Head kwam een woeste coach me de huid vol schelden omdat ik volgens hem niet opzij was gegaan voor zijn ploeg – gelukkig waren er meer mensen in de kleedkamer, maar anders...’
Marije: ‘Je moet je eigen koers durven kiezen – ook als andere boten soms in de weg liggen, die moet je dan uit de weg durven schreeuwen.’ Dianne: ‘Liefst met naam van de vereniging en anders wedstrijdnummer erbij.’