Vorige maand September 2010 Volgende maand
M D W D V Z Z
week 35 1 2 3 4 5
week 36 6 7 8 9 10 11 12
week 37 13 14 15 16 17 18 19
week 38 20 21 22 23 24 25 26
week 39 27 28 29 30
Start Nieuws Lustrumboek 125 jaar DDS
Lustrumboek 125 jaar DDS
Auteur: Gemmeke van Kempen 02-11-09 20:23 bijgewerkt 10-01-10 20:54   

Sinds juli dit jaar hangt hij weer boven de bar – de roemruchte barbel die drie decennia lang rondjes inluidde tijdens de vele gezellige avonden op DDS…

…Het is niet zomaar een bel, hij is vervaardigd van gesmolten messing dollen van onze eigen wherry’s, en in 1975 geschonken ter ere van het 90-jarig bestaan van DDS.

Het is maar een klein weetje uit de rijke historie van DDS. Er zijn nog veel, heel veel meer verhalen te vertellen. Ze staan allemaal opgetekend in het lustrumboek 125 jaar DDS. Het is een kleurrijk mozaïek aan het worden van verhalen en beschouwingen, feiten en cijfers en vooral persoonlijke impressies, foto’s en tekeningen.

Nieuwsgierig naar de inhoud? Neem hier alvast een kijkje. Je kunt doorklikken naar korte fragmenten – nu nog even zonder beeld, daarmee zijn we nog volop bezig. 

Heb je interesse? Teken je dan in.

Alvast om te lezen

Het hoofdstuk Maatschappij laat zien hoe DDS van een elitaire club van jongeheren uitgroeit tot een bloeiende burgervereniging, waarin zelfs vrouwen mogen roeien.


‘Pas in 1912 worden bij DDS de eerste dames als lid toegelaten.

En als je lid bent, mag je ook in de boot.
Ja kom nou, alleen sturen!
Ook roeien?
Nou vooruit.
Maar dan stijlroeien en keurig gekleed…

Pas in 1929 gaat er vanuit de (sinds 1967 Koninklijke)  Nederlandse Roeibond (KNRB) een voorstel naar de verenigingen om snelroeien voor dames toe te staan, over een afstand van 500 meter. En wat denk je? DDS is tegen. Bij onze vereniging roeien de dames nog steeds in stijl, maar vanaf 1931 wel in lange broek. Doch eenmaal op de vlonder moeten rap de rokken weer aan. Een paar jaar later gaan de vrouwen dan toch snelroeien en het duurt nog tot 1944 voor een dames acht van DDS een eerste prijs wint.’


Het hoofdstuk Vereniging is met recht het allerlangste in het boek. Want er valt zo veel te vertellen over uiteenlopende activiteiten bij DDS, de oude en nieuwe barruimte, geldinzamelingen, komende en gaande roeiersploegen. Een greep uit de verhalen…

… over de nieuwe loods

‘Vanwege de verbouwing is het oude clubgebouw niet toegankelijk en de ‘nieuwe loods’ doet dienst als trainingshonk, kleedruimte, bar, keuken, politiek café en vergaderzaal. Voor de hoge nood moet je naar buiten, waar op de stoep een Dixie staat.
[…]
Houten tuinbankjes met blauwe zittingen vol natte plekken van voorgangers zitten volgeperst met roeiers en instructeurs. Er is een provisorisch keukenblok met een boilertje dat warm water levert voor de afwas. Een koffiezetapparaat, waterkoker en een koeling voor de drank. Je moet niet alle elektrische apparaten tegelijkertijd aan zetten want dan slaan de stoppen door en zit de hele loods in het pikkedonker.
[...]
Ook de theorieavond van onze diza-groep vindt plaats in de nieuwe loods. Vooraf een maaltijd op zolder, met z'n allen bereid. Zonder keuken maar wat maakt het uit. Er zijn allerlei salades en een heerlijke warme spaghetti (meegebracht in pannen ingepakt in een kist). De saus smelt door het papieren bord heen en plakt de rest van de avond aan je broek, maar smaken doet het!’


… en over acties om geld op te halen voor de Restauratie en Renovatie van het clubgebouw, zoals de dienstenveiling in 2004.

‘Er wordt vandaag van alles geveild: een stoelmassage, een huisgebakken verjaardagstaart, een zelfgemaakt kledingstuk, een cursus Excel, een tuin(snoei)beurt, een kerstdiner en nog veel meer.
Voorzitter Jappe Zijlstra hanteert de veilinghamer. Al bij de eerste aangeboden dienst blijkt dat meerdere leden daarop azen. Fanatiek wordt er over en weer geboden, tot grote hilariteit van de aanwezigen. Uiteindelijk laten twee leden hun tuin snoeien door Onno van Nierop, mag Jan Punt genieten van een heerlijke stoelmassage, spijkert menig lid zijn Excel-kwaliteiten bij, loopt Renate Kelter rond in een zelfgemaakt jasje van Rose-Marie de Bruijn, en kunnen dertig leden genieten van een uitgebreid 5-gangen kerstdiner gekookt door de vier dames van Waterproof. Alles bij elkaar wordt er ruim 1000 euro opgehaald.’


Het hoofdstuk Gebouw verhaalt over de grootscheepse Renovatie en Restauratie van ons prachtige pand. Jan Koelink blikt terug als lid van de Bouwcommissie.

 ‘En zo staan we op een koude zaterdagochtend in januari 1998 op de vlonder van de kleinste roeivereniging die wij kennen, Het Galjoen in Breukelen. De zon komt net op boven de Vecht, de vorst trekt weg en de eerste roeiers druppelen binnen in de kleine, gezellige loods waar alles gebeurt; andere ruimtes zijn er niet.
Wij hebben het idee opgevat een aantal burgerroeiverenigingen te bezoeken; vergelijkbaar in omvang, maar soms ook omdat ze net een verbouwing achter de rug hebben of kampen met onderspoelingsproblemen. Anne Marie, Ab, Wilma, Jaap, Argo en ik bezoeken op twee zaterdagen acht verenigingen. We kijken naar de omvang van hun accommodatie in relatie tot het aantal leden en de vloot. […] We worden hartelijk ontvangen door bestuursleden en leden van bouwcommissies die honderduit vertellen over hun ervaringen en alle beren die je op de weg kunt tegenkomen. Maar we zien ook hoe mooi het eindresultaat kan zijn. Een van de leukste dingen zijn alle vernuftige oplossingen die mensen verzonnen hebben voor praktische problemen. Het varieert van slimme opslagsystemen voor skiffs in een heel kleine ruimte (Het Galjoen) tot een simpele rail of handgreep langs de vlonder die het instappen in een skiff heel veel makkelijker maakt.’


In het hoofdstuk Roeien vertelt Edwin den Heijer – die nog op de lagere school zat toen hij in 1988 lid werd – over zíjn twintig jaar roeien bij DDS.

 ‘…Onze coach Hinne Paul Krolis volgde een Coach B-opleiding en dat hebben we geweten. Elke keer als hij van een cursusdag terugkwam was er weer iets nieuws. Van het bijhouden van allerlei gegevens zoals eten, gewicht en hartslag, tot veel meer kilometers roeien, hardlopen en meedoen aan de krachttraining op het sportcentrum van de TU Delft. De CCB leverde zo structurele veranderingen op, maar ook veel experimenten. De aanpak van het coachen werd hierdoor een stuk professioneler.’


In het hoofdstuk Coaching staat te lezen hoe Lex Dorjee het vrouwenroeien in de jaren 60 op de kaart zet.

‘Op DDS kennen we Lex Dorjee als de coach van Toos van den Ende en Truus Bauer, die in 1968 voor Nederland een zilveren medaille terugbrengen van de Europese Kampioenschappen in Grünau. Het is de eerste FISA-medaille waarbij DDS-leden zijn betrokken. In 1968 mogen vrouwen nog niet deelnemen aan het roeien op de Olympische Spelen en bij het ontbreken van Wereldkampioenschappen is deze EK-prestatie het op een na hoogst haalbare op roeigebied!
[…]
Het plakboek van Lex Dorjee maakt duidelijk dat hij al in 1957 zijn gedachten op het vrouwenroeien op topniveau richt. In dat jaar wordt Rie van Suylekom in het KNRB-bestuur gekozen. Ze reist jarenlang als chef d’équipe van de damesploegen mee naar de Europese Kampioenschappen die vanaf 1954 ook openstaan voor vrouwen. Zij leidt in die periode ook de Technische Adviescommissie (TAC) voor het vrouwenroeien. Dit creëert op DDS een goede basis voor de ontwikkeling van het vrouwenroeien.
[…]
Lex Dorjee staat bekend als een gedegen en gedetailleerd coach. Dat blijkt in zijn plakboek ondermeer uit een wetenschappelijk medisch artikel over vrouwensport en een artikel over weekenden op Woudschoten, waar wordt gewerkt aan de verbetering van het vrouwenroeien. Ook het materiaal geniet Lex’ interesse. Het is de specialiteit van Hein van Suylekom, die hierover een aantal artikelen publiceert in het blad Roeien. In juni 1962 schrijft Lex Dorjee zelf een artikel in dat blad, waarin hij uitlegt hoe je trainingen van roeiploegen eenvoudig in grafieken kunt bijhouden.’


Het hoofdstuk Materiaal schetst de veranderingen van het roeimateriaal van DDS in de afgelopen 25 jaar. Dat gaat met horten en stoten…

‘Op een dag in 1974 vergadert de nieuw ingestelde materiaalcommissie over de aanschaf van een boot voor DDS. Er ontstaat onenigheid over de keuze: hout of kunststof? De commissaris materiaal zegt: ‘Ik ga voor kunststof. Daaraan zit veel minder onderhoud.’ De meer conservatieve leden van de materiaalcommissie kiezen voor een houten boot, ‘die kunnen we tenminste zelf repareren’. De uiteindelijke beslissing laat nog even op zich wachten. Kort daarna, in 1977, doet DDS een gelegenheidsaankoop van een kunststof vier met stuurman: de Hein.’
[…]
Hein: ‘Ik ben een glasvezel versterkte kunststof wedstrijdboot van de eerste generatie. Ik ben genoemd naar Hein van Suylekom, erevoorzitter van DDS.
Aanvankelijk word ik gebruikt door de Canadese ploeg van de wereldkampioenschappen in Amsterdam in 1977, en direct daarna verkocht aan DDS. Mijn binnenwerk is deels traditioneel hout, deels aluminium. Mijn huidspantjes zijn van glasvezelversterkt polyester, direct op de binnenkant van mijn huid gelamineerd. Spantplaten, boordranden en kruisverbanden zijn van aluminium, mijn hoofdspanten zijn van hout.
Al vrij snel treden er mankementen op en verlies ik de status van ‘topwedstrijdschip’. Mijn aluminium boordranden laten los van de polyester huid, en daardoor word ik een slap, onderhoudsintensief, niet erg gewild schip voor fuifroeiers. Mijn enige echte aantrekkelijkheid blijft: ik ben een gemakkelijk te roeien gladde vier. Daarmee weet ik mijn bestaan enige jaren te rekken. Uiteindelijk geef ik het op wanneer ik word ingehaald door het schip van Sinterklaas. Ik loop vol met water en breek in tweeën omdat de onfortuinlijke ploeg niet op tijd kan uitstappen. Onder druk van DDS-penningmeester Piet de Vreede stort de verzekering van Sinterklaas een bedrag in het botenfonds van DDS, waaruit onder andere de ergometer de ‘Piet Hein’ aangekocht wordt. Mijn puntje doet nog steeds dienst als wisseltrofee voor DDS-promovendi. Je ziet het: mijn herinnering leeft voort.’


De hoofdstukken Financiën en Organisatie staan nog in de steigers.


Het hoofdstuk Toekomst werpt een stille blik vooruit. Wie weet hoe we daar over 125 jaar dan weer op terugkijken.

 ‘… het wordt stil in Nederland. De omschakeling van fossiele brandstoffen naar milieuvriendelijke zal binnen vijftig tot honderd jaar definitief zijn ingezet. Geen luidruchtige auto’s en schepen meer, maar stil zoevende. Zonder het gebrom van de binnenvaarders kan ik het al bijna horen: het gekraak van de dollen, het ruisen van de slidings, de inpik. Een coachfiets die rammelt op het pad naast het water zal nog de meeste herrie geven. Het wordt dus extra genieten en oppassen op de Schie. Enkel op het geluid afgaan om eventuele tegenliggers te spotten is er niet meer bij, en met het sterk toegenomen milieuvriendelijke scheepvaartverkeer al helemaal niet. DDS doet zelf ook een duit in de milieuzak: het gebouw zal voorzien zijn van zonnepanelen en de ergometers zullen aangesloten staan op het stroomnet. DDS wekt elektriciteit op met generatoren die werken op de stroming die voorbijgaande schepen veroorzaken. Want met de hoge energieprijzen zal DDS wel moeten. Naast de contributie zijn daarom ook twintig uur ergometeren verplicht gesteld. Ik zie de discussies op de ALV al voor me: moet het vijftien of twintig uur worden om de kosten tot een acceptabel niveau terug te brengen?’